Plaatsing waterpasserende en waterdoorlatende klinkers

Waterpasserende en waterdoorlatende klinkers laten hemelwater ter plaatse infiltreren in plaats van het af te voeren, en helpen zo wateroverlast te beperken. Er zijn twee werkingsprincipes:

  1. Waterpasserend, met open voegen: het hemelwater sijpelt via de verbrede, open voegen tussen de klinkers door de straatlaag naar de fundering. De klinker zelf is dicht.
  2. Waterdoorlatend, met poreus beton: het hemelwater infiltreert rechtstreeks door de klinker, omdat het beton zelf poreus is.
In beide gevallen wordt het water eerst in de fundering gebufferd. Daarna infiltreert het verder in de bodem, afhankelijk van hoe doorlatend die is. Water dat onvoldoende infiltreert, voer je best vertraagd af naar een bufferbekken, gracht, infiltratiesysteem of het rioleringsstelsel.

Fundering

Volg hiervoor het voorschrift voor een waterdoorlatende fundering. Dat is de basisvoorwaarde: zonder doorlatende fundering kan de verharding haar werk niet doen.

Kantopsluiting

  • Plaats een boordsteen zodat de klinkers niet zijdelings wegschuiven. Voor een onzichtbare afwerking plaats je hem ongeveer 1 cm lager dan de bestrating, en niet meer dan 3 cm.
  • De kantopsluiting rust op een bed van mager beton met 150 à 200 kg cement per m³, klasse 32,5.
  • Bepaal de afstand tussen beide kantopsluitingen met een voorlopige rij klinkers.

Plaatsing

  • Plaats de klinkers met een kleine voeg tegen elkaar op de niet-afgetrilde straatlaag.
  • Meng klinkers uit minimaal drie pakken, ook bij één kleur, voor een gelijkmatige kleurschakering.

Invoegen en aftrillen

  • Vul de voegen vóór je aftrilt, met de voegvulling die bij jouw type klinker hoort: gewassen gebroken natuursteenslag bij waterpasserende klinkers, gewassen zand bij waterdoorlatende klinkers. Ongevulde voegen geven te veel bewegingsruimte, waardoor de randen van de klinkers beschadigen.
  • Borstel het oppervlak schoon voor je met de trilplaat begint.
  • Werk met een trilplaat met instelbare trilkracht en een rubberen zool, met een zuivere onderkant. Het betonoppervlak moet proper en droog zijn.
  • Vermijd aftrillen bij regenweer of op een vochtig oppervlak: dat kan een cementsluier geven, die je meteen na het aftrillen met zuiver water verwijdert.
  • Werk omzichtig om randbeschadiging te beperken.
  • Vul de voegen na het aftrillen verder aan. Verontreinigd zand kan verkleuring geven, en achtergebleven zand op de bestrating kan kalkvlekken veroorzaken.

Vervuiling vermijden

  • Dek eventueel af met plastic folie tegen cement, zandcement of kleihoudend zand, maar niet te lang, want dat kan kalkuitbloei veroorzaken. Gebruik geen plakband, maar een licht gewicht.
  • Reinig het oppervlak elke werkdag grondig met zuiver water, ook als de plaatsing nog niet afgerond is.
  • Spoel gezaagde klinkers overvloedig af en zaag nooit op of naast al geplaatste bestrating.

Tijdens de werken en de droogtijd na plaatsing mogen er geen andere werken uitgevoerd worden op of naast de bestrating.

Klachten die voortvloeien uit het niet opvolgen van deze voorschriften kunnen niet aanvaard worden.

Controle bij levering

  • Neem de goederen bij levering onmiddellijk in ontvangst en controleer ze op beschadigingen en kleurverschillen.
  • Controleer vóór je begint te plaatsen. Zodra het materiaal geplaatst of in gebruik genomen is, geldt dat als aanvaarding van de staat van de goederen.
  • Zichtbare gebreken meld je binnen 15 dagen na levering of plaatsing, per aangetekend schrijven.
  • Bewaar de productlabels. Die heb je nodig bij een nalevering of bij een vraag over de productgegevens.
  • Stockeer het materiaal tot de plaatsing droog en in de originele verpakking.
  • Pak de pakken verticaal uit en meng het materiaal goed, ook bij unikleuren.
  • Lichte kleurverschillen horen bij het gebruik van natuurlijke grondstoffen. Kalkuitbloei is een natuurlijk verschijnsel en geen gebrek.