Plaatsing natuursteen buiten

Bij een natuurstenen terras draait alles om water: het moet zowel vanaf het oppervlak als in de onderliggende lagen kunnen wegvloeien. Blijft het staan, dan volgt vroeg of laat vorstschade. De totale opbouw, exclusief de tegel, bedraagt minimaal 40 cm. Bekijk eerst ook levering en controle.

Meer gedetailleerde uitleg vind je in TV 276 van Buildwise en in Buildwise Contact nr. 23, 3-2009.

Opbouw op een drainerende betonlaag

Leg de fundering tot onder de vorstlijn, ongeveer 40 cm onder de pas van de vloer:
  1. Drainerende steenslaglaag van ongeveer 20 tot 30 cm, goed ingezakt en aangedamd.
  2. Drainerend beton of korrelbeton van ongeveer 15 cm. Samenstelling: 150 kg cement per m³ granulaten 8/22 of 10/20.
  3. Gestabiliseerd zandbed van ongeveer 5 cm: gewassen rivierzand 0/5 of 0/7 mm gemengd met wit cement, licht nat gemaakt en ineengeklonken. Verhouding: 8 tot 12 delen zand voor 1 deel cement.
  4. Legmortel van maximaal 2 cm: wit zand 0/2 mm gemengd met wit cement, verhouding 3 tot 4 delen zand voor 1 deel cement. Leg de tegels vol in de mortel, dus niet in “dotten”.
  5. Bevloering.

Plaatsing op een betonnen onderlaag

Vermijd een betonnen draagvloer: beton is weinig poreus, waardoor water gemakkelijker blijft staan en het terras later kan opvriezen. Beton heeft bovendien een grotere krimp, wat door zetting tot barsten in de tegels kan leiden.

Heb je toch een betonnen draagstructuur, breng dan eerst een geschikte drainagemat aan op het beton. Daarna heb je twee mogelijkheden:

  • Optie A: leg een gewapende chape in helling met een minimumdikte van 5 cm en laat die voldoende uitdrogen, minimaal 28 dagen. Lijm daarna de gekalibreerde tegels met een aangepaste lijm op de dekvloer. Het voordeel is dat het terras geen contact heeft met het beton en dus afzonderlijk kan reageren op wisselende weersomstandigheden.
  • Optie B: werk op de drainagemat verder volgens de traditionele methode, met gestabiliseerd zandbed, mortel en bevloering.
Een alternatief is de buitentegels op een dekvloer plaatsen met dubbele verlijming en een aangepaste mortellijm. Zorg dan wel voor voldoende drainage in de totale terrasopbouw.

Uitzettingsvoegen

  • Uitzettingsvoegen dwars door zandbed en mortel zijn verplicht bij grote terrassen. We volgen hiervoor Technische Voorlichting 276 van Buildwise: verdeel bij terrassen op volle grond het tegeloppervlak in velden van ongeveer 16 m², dus ongeveer 4×4 m, met een lengte van maximaal 5 m. Hou de lengte-breedteverhouding van elk veld bij voorkeur beperkt tot 2.
  • Voorzie aan de aansluiting met de gevel eveneens een uitzettingsvoeg, in de vorm van een vochtdichte, elastische bewegingsvoeg met kit of profiel.

Helling, aansluiting en voegen

  • Leg de tegelvloer met een helling van 1,5 cm per meter breedte om waterstagnatie te vermijden. Voer de helling zo uit dat het water van het gebouw weg loopt. Al het water afkomstig van het terras en zijn opbouw moet voldoende afgevoerd kunnen worden.
  • De aansluiting van de tegelvloer met de gevel moet lager liggen dan het niveau van de waterkerende membranen in de gevel.
  • De voegbreedte buiten schommelt tussen 5 en 12 mm, afhankelijk van het materiaal. Gebruik een voegspecie die aangepast is aan natuursteen.

Plaatsing op tegeldragers

Deze methode wordt vaak toegepast voor dakterrassen en balkons, en is ook geschikt voor een gelijkvloers terras waar geen auto’s rijden.

  • De natuursteen heeft een minimumdikte van 3 cm nodig, afhankelijk van het soort materiaal en het formaat van de tegel. Bereken de dikte in functie van het type natuursteen, de afmetingen en het aantal tegeldragers.
  • Grote formaten zijn algemeen niet aangeraden, met een maximum van 90 cm lengte.
  • De ondergrond moet goed vlak zijn. Corrigeer eventuele oneffenheden met passtukjes of roofing.
  • De tegeldrager bepaalt de breedte van de open voeg.

Zie ook TV 276 van Buildwise en het artikel in Buildwise Contact 2014/3.

Plaatsing op mortelzakjes

Deze methode pas je toe op dezelfde plaatsen als de plaatsing op tegeldragers. Je plaatst de tegels op plastic zakjes gevuld met mortel en bepaalt zelf de voegbreedte, met een minimum van 4 à 5 mm. Met afstandhoudertjes hou je die voegbreedte eenvoudig onder controle. Zolang de mortel in de zakjes niet verhard is, kan je de tegels waterpas leggen.

Tijdens de werken en de droogtijd na plaatsing mogen er geen andere werken uitgevoerd worden op of naast de bestrating.

Klachten die voortvloeien uit het niet opvolgen van deze voorschriften kunnen niet aanvaard worden.

Controle bij levering

Natuursteen vraagt een eigen controle vóór de plaatsing, tegenover de referentiestalen en in droge toestand. Die stappen staan samen op de pagina Natuursteen: levering en controle.