Plaatsing Classic betonklinkers

Classic betonklinkers zijn volledig doorkleurd: de kleur zit in de volledige steen en niet in een toplaag. Dat maakt ze robuust en geschikt voor intensief gebruik, ook op opritten waar regelmatig voertuigen rijden.

Kies bij een oprit voor een dikte van minstens 6 cm. Voor zwaardere belasting zijn er ook diktes van 8 cm en 12 cm beschikbaar. Voor een terras of tuinpad, waar geen voertuigen komen, is 3 of 4 cm al snel voldoende. Hou er wel rekening mee dat klinkers van 4 cm maar in een beperkt aantal formaten gemaakt worden.

Classic is verkrijgbaar in formaten van waalformaat 20×5 tot 100×100 cm. De meeste klinkers plaats je in halfsteensverband; bij waalformaat is een elleboogverband ook mogelijk, en lineair verband geeft een rustiger, minder klassiek straatbeeld.

Twijfel je over de juiste dikte en/of formaat voor jouw toepassing? Vraag advies, dan bekijken we samen wat je project nodig heeft.

Onderbouw en straatlaag

  1. Maak de ondergrond vlak en gebruiksklaar en plaats een fundering van 10 à 20 cm, afhankelijk van de toepassing en de belasting. Dat kan een niet-cementgebonden materiaal zijn, zoals gebroken steenslag 0/20 mm, of een cementgebonden materiaal, zoals betonpuin of stabilisé met 100 à 150 kg cement klasse 32,5 per m³.
  2. Leg de fundering met 10 à 15% overdikte en verdicht tot een egaal oppervlak. Cementgebonden materiaal verwerk je binnen 3 tot 6 uur, afhankelijk van soort en hoeveelheid cement.
  3. Bij een cementgebonden fundering is een straatlaag van ongeveer 3 cm altijd verplicht. Gebruik nooit stabilisé met meer dan 150 kg cement per m³. De straatlaag bestaat uit ongebonden, zuiver, gewassen rivierzand 0/4 mm of gebroken steenslag 0/6,3 of 2/6,3 mm, met een beperkt aandeel fijne deeltjes.
  4. Trek de straatlaag gelijk met een rei, zonder ze af te trillen. Doe je dat wel, dan kan je dikteverschillen niet meer wegwerken.

Belangrijk

De onderkant van een betonklinker is altijd ruwer en hoort altijd naar onder. Door de productiewijze hebben de klinkers één vaste bovenkant, dus die zijde komt ook altijd boven te liggen. Leg je ze omgekeerd, dan krijg je kleur- en structuurverschillen in je bestrating. Bij natuursteentegels en natuursteenklinkers is dat niet zo: die hebben geen vaste bovenkant.

Omdat Classic doorkleurd is, blijft de kleur ook bij slijtage doorlopen in de steen. Een lichte verkleuring door UV en regen hoort bij het natuurlijke verouderingsproces van beton.

Kantopsluiting

  • Een boordsteen of kantopsluiting houdt de stenen op hun plaats en voorkomt dat de straatlaag wegspoelt. Voor een onzichtbare afwerking plaats je de boordsteen ongeveer 1 cm lager dan de bestrating, en niet meer dan 3 cm.
  • De kantopsluiting rust op een bed van mager beton met 150 à 200 kg cement per m³, klasse 32,5, dat de steen zijdelings stut.
  • Bepaal de juiste afstand tussen beide kantopsluitingen met een voorlopige rij klinkers.

Plaatsing

  • Leg de klinkers met een kleine voeg tegen elkaar op de niet-afgetrilde straatlaag.
  • Haal klinkers uit minimaal drie pakken tegelijk, ook bij één kleur, zodat de kleurschakering gelijkmatig oogt.

Invoegen en aftrillen

  1. Vul de voegen eerst met zuiver wit gewassen kwartszand. Blijven de voegen leeg, dan hebben de stenen te veel bewegingsruimte en treedt er beschadiging op. Borstel het oppervlak schoon vóór je aftrilt.
  2. Gebruik een trilplaat met instelbare trilkracht en een rubberen zool, met een zuivere onderkant zonder cementresten. Het betonoppervlak moet proper en droog zijn.
  3. Tril bij voorkeur niet af bij regenweer of op een vochtig oppervlak, want dan kan zich een cementsluier vormen. Die verwijder je door het oppervlak meteen na het aftrillen met zuiver water te reinigen.
  4. Is de ondergrond zand- of cementgebonden, zorg er dan voor dat die nog niet uitgehard is bij het aftrillen. Aftrillen op een uitgehard of volledig verdicht funderingsbed beschadigt de klinkers.
  5. Vul de voegen na het aftrillen verder aan met zuiver wit kwartszand. Verontreinigd zand geeft verkleuring.
  6. Ruim het overtollige voegzand telkens op, want zand dat op de bestrating blijft liggen, kan kalkvlekken veroorzaken.

 

Vervuiling vermijden

  • Bescherm de bestrating eventueel met plastic folie tegen cement, zandcement of kleihoudend zand, maar dek niet te lang af om kalkuitbloei te voorkomen.
  • Bevestig de folie zonder plakband en verzwaar ze licht.
  • Reinig en borstel het oppervlak regelmatig met zuiver water, ook tijdens de werken.
  • Spoel gezaagde stenen overvloedig af en verzaag nooit vlak naast de geplaatste bestrating.

Tijdens de werken en de droogtijd na plaatsing mogen er geen andere werken uitgevoerd worden op of naast de bestrating.

Klachten die voortvloeien uit het niet opvolgen van deze voorschriften kunnen niet aanvaard worden.

Controle bij levering

  • Neem de goederen bij levering onmiddellijk in ontvangst en controleer ze op beschadigingen en kleurverschillen.
  • Controleer vóór je begint te plaatsen. Zodra het materiaal geplaatst of in gebruik genomen is, geldt dat als aanvaarding van de staat van de goederen.
  • Zichtbare gebreken meld je binnen 15 dagen na levering of plaatsing, per aangetekend schrijven.
  • Bewaar de productlabels. Die heb je nodig bij een nalevering of bij een vraag over de productgegevens.
  • Stockeer het materiaal tot de plaatsing droog en in de originele verpakking.
  • Pak de pakken verticaal uit en meng het materiaal goed, ook bij unikleuren.
  • Lichte kleurverschillen horen bij het gebruik van natuurlijke grondstoffen. Kalkuitbloei is een natuurlijk verschijnsel en geen gebrek.