Waterdoorlatende fundering

Bij hevige regenval kunnen riolering en waterlopen het water niet altijd slikken. Een waterdoorlatende verharding, met waterpasserende of waterdoorlatende tegels of klinkers, laat het hemelwater ter plaatse infiltreren. Die meerwaarde werkt alleen als ook de fundering voldoende doorlatend is, met een capaciteit van minimaal 540 l/sec per ha.

Stappenplan

  1. Gebruik als funderingsmateriaal gewassen natuursteenslag 0/20, 0/32 of 0/40 mm, met een beperkt gehalte fijne delen (max. 3% < 0,063 mm en max. 25% < 2 mm). Dit kan kalksteen, porfier, zandsteen of gebroken grind zijn.
  2. Pas de dikte van de fundering aan de verwachte verkeersbelasting aan: circa 20 cm bij lichte belasting tot circa 50 cm bij zware belasting, aangelegd en aangetrild in meerdere lagen.
  3. Voor lichtere belastingen (belastingsklasse BC1 t/m BC4, PTV126) volstaat een draagkracht van 80 MPa na verdichting met een trilplaat. Voor zwaardere belastingen (BC5 t/m BC6) kan drainerend schraal beton voor extra draagkracht zorgen.
  4. Breng op de fundering een straatlaag aan van 3 tot 5 cm: gewassen gebroken natuursteenslag 1/3 of 2/6,3 mm. Hou rekening met de dikte van je tegel of klinker om de exacte straatlaagdikte te bepalen. Trek gelijk met een rei, tril niet aan.
  5. Voegvulling voor waterpasserende tegels en klinkers: gewassen gebroken natuursteenslag 1/3, 2/4 of 2/6,3 mm. Voor waterdoorlatende (poreuze) klinkers: gewassen zand 0,5/2 mm.

Let op

Een waterdoorlatende fundering heeft niet enkel voldoende doorlatendheid nodig, maar ook voldoende draagkracht voor de verwachte belasting. Kijk dus niet alleen naar de infiltratie.

Hoe het werkt

Het hemelwater infiltreert via de verharding, de voegvulling en de straatlaag naar de fundering. Elke component moet een minimale doorlatendheid van 540 liter per seconde per hectare hebben, zodat een maximale regenbui van 270 liter per seconde per hectare opgenomen kan worden, met een veiligheidsfactor van 2.

Is de ondergrond goed doorlatend, dan infiltreert het water direct verder in de bodem. Is de bodem minder doorlatend, dan wordt het water tijdelijk in de fundering gebufferd en vertraagd afgevoerd. Bij een slecht doorlatende ondergrond voorzie je best extra drainage of buffercapaciteit.