Bel je steen-expert op 011 45 60 00
Wie een oprit, terras of tuinpad wil aanleggen, komt al snel verschillende termen tegen.
Waterdoorlatend.
Waterpasserend.
Poreus.
Open voeg.
Infiltrerend.
Drainerend.
Die woorden worden vaak door elkaar gebruikt. Soms bedoelt men ongeveer hetzelfde. Soms zit er technisch wel degelijk verschil op.
Voor je materiaalkeuze is dat belangrijk. Zeker bij een waterdoorlatende oprit of een waterdoorlatend terras, waar niet alleen het uitzicht telt, maar ook de draagkracht, voegvulling, fundering, onderfundering en het onderhoud. Een oprit of terras is namelijk niet automatisch waterdoorlatend omdat één materiaal water doorlaat. Het volledige systeem moet kloppen.
In dit artikel leggen we uit wat het verschil is tussen waterdoorlatend, waterpasserend en poreus. Zo begrijp je beter welke oplossing past bij jouw oprit, terras of tuinpad.
Waterdoorlatende verharding is de overkoepelende term.
Het betekent dat regenwater niet gewoon over het oppervlak naar de straat, riolering of afvoer loopt, maar via de verharding en de onderliggende lagen kan infiltreren of gecontroleerd verder wordt geleid.
Dat kan op verschillende manieren.
| Manier | Hoe loopt het water weg? | Voorbeelden |
|---|---|---|
| Door het materiaal zelf | Het water loopt door poriën in de steen of klinker | Poreuze betonstraatstenen, waterdoorlatende betonklinkers |
| Tussen de stenen | Het water loopt via open voegen of openingen | Waterpasserende klinkers, natuursteen met EcoSpacers, grasdallen |
| Door een open oppervlak | Het water loopt tussen losse of gebonden granulaten | Grind, bepaalde gebonden grindoplossingen |
| Via een open terrasopbouw | Het water loopt tussen de tegels naar onder | Keramische tegels op tegeldragers |
Belangrijk: waterdoorlatende verharding gaat niet alleen over de bovenste laag.
Ook de fundering en eventueel de onderfundering moeten mee kloppen. Een waterdoorlatende klinker op een gesloten onderbouw werkt niet zoals bedoeld.
Daarom spreken we bij ArtStone liever over een waterdoorlatend systeem dan over één los waterdoorlatend product.
Waterpasserend wordt meestal gebruikt voor verhardingen waarbij het water niet door de steen zelf loopt, maar via de ruimte tussen de stenen.
Denk bijvoorbeeld aan:
De steen zelf kan dus perfect massief zijn. Het water loopt dan via de voeg of opening naar beneden.
Een eenvoudig voorbeeld: een natuursteen klinker is op zich niet poreus. Maar als die geplaatst wordt met voldoende open voeg en een waterdoorlatende onderbouw, kan het geheel wel waterpasserend werken.
In de Vlaamse lijst kom je hiervoor technische termen tegen zoals betonstraatstenen met brede voegen en betonstraatstenen met afstandshouders. In mensentaal gaat het vaak over waterpasserende klinkers of klinkers waarbij afstandshouders de open voeg helpen bewaren.
Bij ArtStone gebruiken we de term waterpasserend vooral om dat verschil duidelijk te maken.
Waterpasserende systemen kunnen dus een vorm van waterdoorlatende verharding zijn, op voorwaarde dat ook de voegvulling, fundering en onderfundering juist zijn opgebouwd.
Poreus betekent dat het materiaal kleine openingen of poriën heeft.
Bij een poreuze klinker loopt het water dus niet alleen via de voeg, maar ook door de steen zelf. In technische teksten worden dit vaak poreuze betonstraatstenen en betontegels genoemd. In de praktijk spreken veel mensen gewoon over waterdoorlatende klinkers.
Dit type verharding wordt vaak gekozen wanneer je een klassieke klinkerlook wil combineren met een waterdoorlatende opbouw.
Het voordeel is dat de waterdoorlatende werking niet alleen afhankelijk is van de voegen. Het materiaal zelf helpt mee om water door te laten.
Daarnaast wordt dit type klinker geplaatst zoals een klassieke klinker. De voegen liggen dus tegen elkaar, waardoor je niet meer onkruid hebt dan bij een traditioneel systeem. Door de structuur van de steen is het oppervlak ook extra antislip en zal het minder snel groen worden, omdat water niet op het oppervlak blijft staan.
Maar ook hier geldt dezelfde basisregel: een poreuze betonstraatsteen heeft weinig zin als hij geplaatst wordt op een gesloten fundering.
De fundering van een waterdoorlatende verharding is dus minstens even belangrijk als de klinker zelf.
Bij waterpasserende verhardingen spelen voegen een grote rol.
Een open voeg kan gevuld worden met:
De keuze van de voegvulling bepaalt mee hoe de verharding zich gedraagt.
Een losse voeg met split of grind kan goed water doorlaten, maar vraagt onderhoud. Vuil, bladeren en fijne deeltjes kunnen zich ophopen. Ook onkruid kan sneller zichtbaar worden.
Een harde waterdoorlatende voegvulling kan interessant zijn wanneer je de voeg stabieler en onderhoudsvriendelijker wil maken. Dat is niet hetzelfde als een klassieke gesloten cementvoeg. De voeg moet water kunnen blijven doorlaten.
Hier moeten we wel voorzichtig zijn. Niet elk voegmiddel is waterdoorlatend. En niet elke waterdoorlatende voeg is geschikt voor elke toepassing.
De juiste voeg hangt af van:
Een terras vraagt iets anders dan een oprit waar autowielen draaien.
Nog een term die vaak verwarring geeft: waterafvoerend.
Een verharding kan water goed afvoeren zonder echt waterdoorlatend te zijn.
Bijvoorbeeld: een terras met gesloten tegels en een helling naar een goot voert regenwater af. Dat kan technisch nodig zijn, maar het water infiltreert dan niet noodzakelijk door de verharding zelf in de ondergrond.
Waterafvoerend betekent dus: het water raakt weg van het oppervlak.
Waterdoorlatend betekent: het water kan via de verharding en de opbouw infiltreren of binnen het systeem correct verwerkt worden.
Dat verschil is belangrijk bij opritten, terrassen en voortuinen waar infiltratie op eigen terrein een rol speelt.
Keramische tegels zijn op zich niet poreus. Water loopt dus niet door de tegel zelf.
Toch kan een keramisch terras op een open manier worden opgebouwd. Denk bijvoorbeeld aan keramische tegels op tegeldragers. Dan blijft er een open voeg tussen de tegels en kan water naar beneden lopen.
Daarom noemen we keramische tegels zelf niet poreus of waterdoorlatend. De plaatsingsopbouw kan wel helpen om water tussen de tegels weg te leiden.
Of dat in jouw project als waterdoorlatende of waterafvoerende oplossing kan worden gezien, hangt af van de volledige opbouw onder de tegels.
Waar gaat het water naartoe?
Kan het infiltreren?
Wordt het afgevoerd?
Is de ondergrond geschikt?
Is er voldoende helling of drainage?
Een keramische tegel is dus niet hetzelfde als een waterdoorlatende klinker. Maar een keramisch terras kan wel deel uitmaken van een slimme wateraanpak, afhankelijk van de plaatsing.
Natuursteen is meestal niet poreus genoeg om water door de steen zelf te laten lopen. Maar dat betekent niet dat natuursteen nooit past binnen een waterdoorlatende opbouw.
Bij natuursteen kijken we vooral naar de voegen.
Met EcoSpacers kan je tussen natuurstenen een gecontroleerde open voeg creëren. Het water loopt dan niet door de steen zelf, maar tussen de stenen naar beneden.
Dat kan interessant zijn voor opritten, tuinpaden en terrassen waar je de uitstraling van natuursteen wil combineren met een waterpasserende plaatsing.
Voor een oprit moet je wel extra kritisch kijken naar de steen zelf. Niet elke natuursteen is geschikt voor dezelfde belasting. Formaat, dikte, onderbouw en gebruik blijven belangrijk.
Een grote, dunne tegel is iets anders dan een kleinere, dikkere steen die geschikt is voor opritgebruik.
Grasdallen werken op dezelfde manier als waterpasserende klinkers. Het water loopt niet door het materiaal zelf, maar via de openingen tussen de elementen naar beneden.
Die openingen zijn meestal breder dan bij klassieke waterpasserende klinkers. Daarom zijn grasdallen ook dikker uitgevoerd, zodat er voldoende ruimte is voor gras, planten of een geschikte vulling om tussen de openingen te groeien.
De openingen kunnen gevuld worden met gras, substraat, grind, split of steenslag, afhankelijk van het gewenste uitzicht en gebruik.
Grasdallen zijn vooral interessant wanneer je verharding en groen wil combineren. Denk aan een parkeerzone, voortuin of oprit met een groener uitzicht.
Ook hier geldt dezelfde nuance: de grasdal alleen maakt het systeem niet automatisch waterdoorlatend. De vulling, fundering en onderfundering moeten mee juist gekozen worden.
| Term | Kort uitgelegd | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Waterdoorlatend | De brede term: water kan via het systeem infiltreren of verwerkt worden | Waterdoorlatende oprit of waterdoorlatend terras |
| Waterpasserend | Water loopt vooral via voegen of openingen | Waterpasserende klinkers, natuursteen met EcoSpacers |
| Poreus | Water loopt door het materiaal zelf | Poreuze betonstraatsteen |
| Waterafvoerend | Water loopt weg van het oppervlak, maar infiltreert niet noodzakelijk | Terras met helling naar goot |
| Infiltrerend | Water trekt in de ondergrond | Oprit met waterdoorlatende opbouw |
| Drainerend | Water wordt weggevoerd via een open of afwaterende structuur | Drainerende fundering of terrasopbouw |
Als je één woord moet onthouden, kies dan voor waterdoorlatende verharding.
Dat is de term die het duidelijkst maakt waar het echt om gaat: niet alleen de steen, maar het volledige systeem.
Bij de keuze voor een waterdoorlatende verharding stel je best niet alleen de vraag: “Laat dit materiaal water door?”
Beter is:
Een waterdoorlatende oprit vraagt andere keuzes dan een terras. En een tuinpad vraagt weer iets anders dan een parkeerzone.
Daarom is het belangrijk om het materiaal niet los te bekijken van de toepassing.
Twijfel je tussen waterdoorlatende klinkers, waterpasserende klinkers, poreuze betonstraatstenen, grasdallen, grindplaten, natuursteen met EcoSpacers, grind of keramische tegels op tegeldragers?
Kom langs in één van onze toonzalen. We bekijken samen welke oplossing past bij je woning, je aannemer, je gebruik en de technische opbouw van je project.
Zo kies je niet alleen een mooie verharding, maar ook een systeem dat klopt.